A trip down memory lane

January 5th, 2010 RTWFrans

Travel Location: Los-Angeles,United-States

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • FriendFeed

Mijn helderste herinneringen van Los Angeles Airport (officiëel “Tom Bradley International Airport” maar beter bekend bij de locals bij haar IATA code LAX) bestaan uit het samen met m’n moeder en zusjes achter m’n vader aanrennen bij het verlaten van het vliegtuig om als eerste bij de immigratie en paspoortcontrole aan te komen. Dat ritueel heeft zich een paar keer herhaald toen we naar Amerika aan het verhuizen waren.

LAX is groot. En er komen heel veel passagiers aan. En om Amerika in te komen moet je een aantal vragen van een streng/chagrijnig kijkende zwarte vrouw of aziatische man (da’s geen discriminatie, er lijken nou eenmaal opvallend veel zwarte vrouwen en aziatische mannen bij immigratie te werken, kan ik ook niets aan doen) zo coherent en onopvallend mogelijk beantwoorden — en dat dus na een vlucht van 10 uur en met jet lag. De passagiers van elk vliegtuig worden opgedeeld naar paspoort. Voor de amerikaanse paspoorten zijn er genoeg ambtenaren beschikbaar, en die zijn dus zo klaar. Voor de rest zijn er beduidend minder ambtenaren, en daarom is het dan ook zaak om zo snel mogelijk in die rij te komen, want elke minuut getreuzeld is drie minuten in de rij wachten. Met die kennis en ervaring heb ik het dus ook maar op een snellopen gezet (voor rennen had ik nog net te veel schroom) en behalve een paar plekken waar drie of vier mensen allemaal even langzaam naast elkaar liepen en daarmee de breedte van de doorgang blokeerden voor het snelverkeer, heb ik zo vrij snelj de immigratie-rij kunnen bereiken.

Het duurde maar even voordat ik aan de beurt was. Maar zodra de chagrijnige aziatische man m’n ingevulde immigratiekaart zag werd ik met een kortaf “je moet de kaart eerst invullen” weer weggestuurd. Na een tweede blik bleek dat ik inderdaad ergens onderaan vergeten was voor de zevenendertigste keer mijn naam en nationaliteit in te vullen (kennelijk is één keer niet genoeg). Affijn, dat nog maar even snel op de grond gedaan en toen bij het eerstvolgende vrije loket er weer tussen geglipt. Een beduidend minder chagrijnige meneer daar. Waarom was ik hier, hoe lang blijf ik, en wat waren m’n plannen? Nou, die waren vrij makkelijk. Toen nog de vingerafdrukken (gelukkig digitaal tegenwoordig, dus geen inkt meer aan je handen) en mugshot – maatregelen na 9/11 ingevoerd met dank aan de regering Bush – en ik stond officiëel op amerikaanse bodem. Baggage van de band en op zoek naar m’n huurauto.

Dat was nogal teleurstellend. Ik moest heel lang wachten en uiteindelijk bleek dat de minimale verzekering die je eigenlijk gewoon nodig hebt in Amerika, niet bij de prijs was inbegrepen, dus uiteindelijk was ik meer dan het dubbele kwijt dan wat ik verwacht had. Maargoed, toen kon ik dan gaan rijden.

Ik had in Santa Monica een hostel geboekt dus ik ben die kant op gereden. Oei, rechts rijden! Dat was echt weer even wennen. Rustigjes aan dan maar. Ik was vergeten hoe slecht de snelwegen in Los Angeles zijn. De weg bestaat voornamelijk uit gewoon plakken beton met groeven in de lengterichting erin (weet iemand waarom ze dat doen?) en hier en daar behoorlijke gaten. Zuid Afrika steekt er nog tamelijk goed bij af. Anyway. I-405, I-10, 4th street afslag. Toen nog even zoeken, maar uiteindelijk was daar het hostel. Vlak bij het strand en de Santa Monica pier. Na even te zijn bijgekomen ben ik eerst maar op zoek gegaan naar lunch (dat werd weer eens een lekker six inch Veggie patty bij de Subway, op jalepeño&cheese brood: dat hebben ze hier dan weer) en een SIM-kaart. Dat laatste bleek nog vrij makkelijk. Ik kwam na wat rondlopen een T-mobile winkel tegen en die hadden inderdaad prepaid SIMs. (De laatste keer dat ik in Amerika was heb ik er nergens één kunnen vinden; kennelijk komen de VS ook langzaam aan in de 21e eeuw op mobiel gebied).

‘s Avonds was er een comedy night bij het hostel. Nou is standup comedy in Amerika nooit echt geweldig (vind ik) en op een paar grappen na die echt grappig waren moest je moeite doen om af en toe uit respect of medelijden te lachen. Drie van m’n kamergenoten waren er ook bij en we zijn daarna met z’n vieren wat gaan drinken in de buurt. Dat was wel gezellig. In ieder geval een klein beetje Californisch uitgaansleven meegemaakt. Vrijwel hetzelfde als in nederland, alleen veel meer hip-hop/r&b, maar dat is ook weinig verbazingwekkend. Eén van m’n kamergenoten was in LA voor een salsa congres, en m’n andere kamergenoot zou de volgende avond met hem meegaan naar het feest daar ‘s avonds. Klonk wel goed, dus we spraken af met z’n drieën te gaan de volgende avond.

Ik lag niet echt vroeg in bed, en met een tijdsverschil van 5 uur met Fiji was het ook niet echt makkelijk om op tijd op te staan, dus m’n voornemen om naar de kerk te gaan deze zondagmorgen viel een beetje in duigen (en ik liep ook meteen het gratis ontbijt mis, want dat was maar tot 9:30). In plaats daarvan besloot ik om dan maar naar Claremont, een stukje naar het oosten, te rijden en de buurt te bekijken waar ik 17 jaar geleden had gewoond. Dat was iets wat ik zeker wou doen deze keer in Amerika; ik heb daar toch drie en een half jaar van m’n kindertijd gewoond en was nooit meer teruggeweest. Zou alles er nog hetzelfde uitzien? Wat zou ik nog herkennen?

De weg zelf riep weinig herinneringen op. Ik wist nog wel dat we altijd bij Foothill Boulevard de I-210 snelweg afgingen, dus dat deed ik ook. Bij Foothill Bl en Towne Ave sloeg ik linksaf, en daar begon het allemaal bekend te lijken. Het enige was dat de I-210 hier opeens doorheen liep. Dat was 17 jaar geleden nog niet het geval! Aan het eind van Towne Ave, op de hoek van de t-splitsing, lag altijd een stukje land met een kraampje waar ze aardbeien of mais verkochten. Dat was er nog steeds. Ik ben even gestopt om foto’s te maken en heb meteen maar wat aardbeien gekocht. Hmmm, lekker zoet en smakelijk. Die Californische zon werkt toch wel een stuk beter dan de Nederlandse, wat dat betreft.

Rechtsaf op Base Line Rd, linksaf op Mountain Ave en toen de berg op rijden. Het is zó onwerkelijk om hier weer te rijden. Het zat allemaal nog in m’n herinneringen, maar 17 jaar is zó lang geleden dat het meer voelt alsof het uit een film was die ik eens gezien had dan dat ik er zelf echt gewoond heb. De laatste straat linksaf boven aan Mountain Ave is de ingang naar Highpoint, mijn oude buurt. Alles was er nog. M’n oude huis op nummer 852, het zwembad waar we menige zomermiddag hebben doorgebracht, het wandelpad dat achter Highpoint door de bergen liep – m’n moeder ging daar bijna elke middag een wandeling van een uur doen, en soms ging mee. Het pad kwam me nog bekend voor. Hier loopt het naar boven, daar gaat het de bocht om naar rechts, …

Na een wandelingetje ben ik de berg weer af gereden en op weg gegaan naar m’n oude school. Dat was nog even wat zoeken, want door de nieuwe snelweg waren liepen een aantal wegen niet meer helemaal door, waaronder de weg waar m’n school aan ligt. Maar uiteindelijk reed ik dan op Sumner Ave en daar verscheen Sumner Elementary School al. Ook hier veel hetzelfde gebleven, maar waar vroeger de schommels stonden stond nu een nieuw blok klaslokalen, en aan de andere kant van het speelveld was er ook een heel nieuw gebouw bij gekomen. Er liepen toevallig wat mensen rond, dus ik sprak iemand aan die uit een klaslokaal kwam en die bleek daar lerares te zijn. Of sommige van m’n oude juffen er nog werkte? Nee, die waren allemaal weg; eentje was een paar jaar geleden overleden, en een andere kwam alleen nog af en toe als invalkracht.

Daarna wou ik nog even m’n oude kerk zien. Die was ook nog vrij makkelijk te vinden op basis van m’n herinneringen; we zijn er dan ook drie jaar lang elke week heen gereden. Uiteindelijk ben ik ook nog even het centrum van Claremont in gereden. Die bieb zag er wel bekend uit; daar kwamen we ook wel regelmatig. De computers binnen waren inmiddels wat moderner maar verder zag alles er wel min of meer hetzelfde uit. Het was ondertussen al half drie geworden en ik had nog niet gelunched – en m’n ontbijt had ook alleen maar uit aardbeien bestaan –, dus toen ik langs een smoothies- en broodjeszaak liep heb ik maar meteen een smoothie en een broodje besteld. Lekker. Op weg terug naar de snelweg heb ik nog op een paar plekjes langs Foothill foto’s gemaakt van dingen die ik herkende, en toen ben ik weer op weg naar Santa Monica gegaan.

Die avond was het dan salsa-avond. Het congres was bij het vliegveld in een hotel. Wel een stoer idee om dan maar even bij het LA Salsa Congress te zijn. De avond begon met allerlei dansvoorstellingen op het podium. Heel veel had weinig met salsa te maken, maar het was wel leuk om te zien. En toen gingen de dansvloeren open. Ik voelde me wel een beetje zenuwachtig, want ik had de afgelopen 7 maanden welgeteld één keer gedansd, en dat was ook alweer in januari, maargoed. De eerste dans ging wat stroef, maar daarna kwam het weer een beetje terug. Uiteindelijk was het best een leuke avond, en om 3 uur waren we allemaal danig uitgeput en reden we dus weer terug naar Santa Monica.

De volgende ochtend was ik alweer te laat wakker voor het gratis ontbijt. Ik heb m’n spullen gepakt en in de auto gegooid, want ik zou vandaag naar Monterey in het noorden rijden. Ik was van plan om eerst nog even om over het strand naar Venice Beach te lopen, waar van alles te zien is. Maar na een kwartier was ik alweer moe (krijg je van die late nachten) dus ik ben maar lekker gaan liggen en heb wat zonnestralen opgevangen. Aan het strand was een heel politieteam aanwezig en later zag ik dat er een dode zeehond was aangespoeld. Met elke golf rolde die een stukje richting land en dan weer terug. De politie leek er heel erg mee bezig te zijn maar stak verder geen vinger uit. Misschien wachtten ze op de dierenbescherming of zo.

Uiteindelijk ben ik toch maar een stukje verder gelopen. Ik heb het niet naar de pier van Venice gehaald, maar toen ik over de straat terug ging lopen bleek ik al wel in het staartje van Venice te zitten. Het is echt heel erg hippie hier: langs het voetpad staat een gemeleerde rij kraampjes met alles van palmlezers en mensen die wierook verkopen, tot protest groepen met conspiracy theorieën, bumper stickers, en spandoeken. Het grappigste vond ik nog wel een gebouw met naambord “Kush Clubhouse Cannamerchant” waar een man vóór stond die adverteerde dat je daar legaal wiet kon roken. Ja, kennelijk is de maas in de wet gevonden: wiet is voor medicinaal gebruik toegestaan in Los Angeles. Dus kennelijk heeft iedereen opeens last van slapeloosheid of migraine: bij bedrijven als Kush Clubhouse kan je zo te zien in één keer je recept uitgeschreven krijgen, je -ehm- “medicijnen” ontvangen, en ze gebruiken. “Fully legal and anonymous!”

Tijd om op pad te gaan. De mooiste weg naar het noorden is route 1, de Pacific Coast Highway die langs de kust loopt. Maar het was toch al een beetje laat dus ik pakte maar de I-5, die er het snelste uit zag. Het was allemaal toch verder dan ik dacht, maar om een uur of 8 kwam ik bij het hostel in Monterey aan. En nu… even uitrusten.

via: 285816
  1. No comments yet.
  1. No trackbacks yet.